Tukkertje, ode aan mijn tante
Ik was een jaar of acht en ging een weekje logeren in de grote stad. Althans, in Nieuwegein vinden ze dat ze bij de grote stad Utrecht horen. En als bleu Geleens jongetje was dit een wereldreis.
Tante Marianne leidde me langs Neude, de Jaarbeurs, het Domplein of zelfs de Loosdrechtse plassen. Ze trakteerde me op een tosti en chocomelk in een bruin Utrechts café.  Zo eentje waar ik afgelopen week nog doorzakte, na de Tourstart in het stadsie.
Ze hielp me bij mijn heimwee. Want na twee dagen miste ik mijn zus, papa en mama en de gewoontes van thuis. De eerste heimwee is altijd de heftigste. Kom je die goed door, dan trotseer je die andere ervaringen in de toekomst ook.
Weekjes bij Marianne waren bijzonder. Ik kreeg alle aandacht. Ze nam me als kind serieus en voerde toen al geregeld serieuze gesprekjes met me. Over gevoel, gedachten en filosofie. Ze besprak op kindse wijze het leven.
Aan een ding had ik echter een gruwelijke hekel. Het dagelijkse ‘tukkertje’. Marianne vond het in haar vakantie namelijk fijn om tussen de middag even een uurtje te dutten. En ik moest mee doen. Voor een opgefokt druk mannetje als ik, was dat een straf van jewelste.
‘Zullen we het tukkertje vandaag overslaan, Marianne?’ Ik hoor het me nog zeggen. Helaas…
Vanmorgen vroeg kreeg ik een dramatisch bericht. Marianne had besloten een nieuw tukkertje te starten. Voorgoed. Rust zacht, lieve tante. Tukker ze!
Comments
Sander Kleikers

Leave a reply