Om nooit te vergeten…

Als journalist behoud je enige professionele afstand van een verhaal of hoofdpersoon. Objectieve verslaggeving is de basis van goede journalistiek.

Maar heel soms kan een verhaal juist een extra lading krijgen als subjectiviteit om de hoek komt kijken. Ik denk aan Tom Dumoulin, die op het punt staat om de Vuelta te winnen, en ik de teleurstelling voel (en laat doorklinken in mijn verslaggeving) als het dan toch op het laatste moment niet lukt.

Deze week idem, met een diep tragisch verhaal. Sascha en Sander (Alexander) Pinczowksi hielden (en houden) me dag en nacht bezig. En ik heb ze nooit gesproken, gezien of ontmoet. Maar van hun foto’s ken ik inmiddels ieder detail.

Dinsdagmiddag, 7 uur na de explosie, hoorde ik het verhaal van de vermiste Maastrichtse broer en zus. Ik vernam het uit zeer betrouwbare bron. Geen zender of krant kende het verhaal nog. En het dilemma volgde, ik moest er iets mee.

De ouders waren op zoek naar de kinderen, en de moeder had op facebook een oproep gedaan aan bekenden: ‘of ze iets wisten’.

Met lood in de schoenen belde ik die avond rond 19 uur de vader op. Of het tragische verhaal klopte en of we via een mediabericht mogelijk konden bijdragen aan de opsporing van de kinderen.

Vader zat op dat moment bij de Brusselse politie en bevestigde de vermissing én het afschuwelijke telefoongesprek tussen de kinderen en de ouders, op het moment van de explosie op Zaventem.

Ik had dus een publieke bevestiging op facebook van de moeder en een telefonische bevestiging van de vader. Er was een verhaal, een diep tragisch verhaal.   Maar tegelijkertijd ook een privé verhaal. ‘In de hectiek van een zoektocht is media-aandacht wel het laatste waar de ouders mee geconfronteerd willen worden’, zo redeneerde ik. Ik ging bij mezelf te rade. Hoe zou ik zelf reageren als me dit zou overkomen?  Voor zover ik me dat überhaupt kan voorstellen…

In overleg met collega’s én de hoofdredactie besloot ik het bericht te plaatsen, en om half 8 het L1 NWS ermee te openen.

Nog steeds had ik er een ambivalent gevoel bij. Al was het een waardig en feitelijk bericht van iets dat de ouders bevestigden.

We waren meteen vertrokken voor een haast slapeloze week. Doorlopend contact… en met het verstrijken van de uren leerde ik Sascha en Sander beter kennen. Via social media, hun achtergrond. Hun ouders en zelfs schoonouders. Alle (internationale) media namen het bericht over en deden zélf weer research, hetgeen weer leidde tot nóg meer informatie. Zelfs de Amerikaanse autoriteiten gingen zich nu ermee bemoeien.

En zo vlogen de dagen voorbij, maar vervloog daarmee stilaan ook de hoop op een goede afloop.

Vrijdagochtend 7 uur kreeg ik de bevestiging van de familie. Sascha en Sander stonden niét op de lijst van overlevenden. Een afschuwelijk en onacceptabel bericht, maar het moest gebracht worden.

En dus vertelde ik het op L1-radio, om half 8 in de ochtend.  ‘Ze staan niet op de lijst van overlevenden, en de familie houdt rekening met het feit dat ze niet meer in leven zijn’.   De directe vertaling: Sascha en Sander zijn overleden… kreeg ik niet over mijn lippen.

Sascha en Sander waren al te dichtbij gekomen. Om 8 uur, een half uur na mijn bericht, bevestigde het Ministerie van Buitenlandse Zaken dat de twee waren overleden.  De bevestiging van wat ik al wist.

Vrijdagavond zag ik een tweet voorbij komen van Bill de Blasio, burgemeester van New York. Hij noemde Sascha en Sander New Yorkers. Een groter compliment kon de burgemeester broer en zus niet maken. The Big Apple was hun tweede thuis, zo niet eerste…

Het verloop van deze zogeheten Goede week…:

Op dinsdag begon het met een vreselijk telefoontje, op zaterdag een tweet van de baas van New York.

Een week van besef: een journalist is geen robot die rucksichtslos berichten uitspuugt. Sommige berichten komen heel erg binnen, en zullen nooit meer loslaten. Sascha en Sander, om nooit te vergeten.

Comments
Sander Kleikers

Leave a reply