Geen woord over Corona

Geen woord over Corona

Als je al niet besmet wordt, dan wel mee doodgegooid. Kranten en tv-programma’s voeren de ene na de andere viroloog op. 

Zelf zat ik deze week in Oostenrijk. In Tirol bleken twee Italianen besmet. En oh ironie, een Maastrichts koppel op de vlucht voor het virus in Italië, koos pardoes onwetend voor logies in een later aangeduid quarantaine hotel in Innsbruck. Dan is er echt geen ontkomen meer aan, Karma Corona.

Het Chinese restaurant in mijn ski-oord Kirchberg in Tirol was jarenlang een hotspot voor Nederlanders die hechten aan de wekelijkse bami-schotel. De arme eigenaar blijft nu zitten met zijn rijsttafels, inclusief een overload aan Hollandse hits in zijn muziekinstallatie. Tino Martin in een leeg Chinees restaurant in Tirol. Is dat niet het toppunt van tristesse? 

Bij de schnitzel-koning ernaast hangen ze met de benen buiten. Zijn wij even allemaal doorgeslagen! 

En ik wil het echt niet bagatelliseren. Een onbekend virus moet zorgvuldig gescreend en onderzocht worden. Maar bij iedere nies voel ik nu al gene. Nies-schaamte hoort sinds deze week bij mijn vocabulaire. 

En dat in februari en maart, als ik traditioneel mijn boompollen-allergie zie en voel exploderen. 

In de skilift werd ik na een proest serieus gevraagd of ik onlangs in Italië was geweest? “Nee, wel bij de Chinees om de hoek”.  Prompt gingen vier ski-maskers op.  De hysterie ten top.

De beurskoersen kelderen, de economie stort in. Niemand durft te reizen en sportwedstrijden worden afgelast. 

Corona heeft ons goed in de greep. En anders wij onszelf wel. 

Maar ik zou het er niet over hebben. Kuch, sorry

Sander Kleikers